Eind januari werd de Nationale Tuinvogeltelling van de Vogelbescherming gehouden. in Den Haag is de koolmees, net als vorig jaar, op de eerste plaats van de Top 10 geëindigd.
Landelijk werden bijna 1,9 miljoen tuinvogels geteld. Ook in Den Haag deden mensen mee. In de Haagse Tuinvogel Top 10 staat de koolmees op 1, gevolgd door de pimpelmees en de houtduif. Nieuwkomer in deze lijst is het roodborstje. Opvallend is verder dat spreeuwen en huismussen (foto onder) uit de Haagse Top 10 zijn verdwenen. In 2025 namen ze nog de achtste en tiende plek in.
Ook al is de tuinvogeltelling geen harde wetenschap, toch is de informatie belangrijk, zegt stadsecoloog Esther Vogelaar. "Aan vogels kunnen we zien hoe het gaat met de stadsnatuur. Hoe meer verschillende soorten planten, dieren en insecten, hoe gezonder ons stadsecosysteem. Als er voldoende voedsel, schuil- en nestplaatsen zijn, kunnen vogels in onze stad overleven."
Tekst gaat door onder foto.

Foto: Haags Groen.
Vogels helpen
In Den Haag wordt veel gedaan om vogels te helpen. "We beheren grasweiden, planten bomen en struiken die insecten aantrekken en leggen natuurvriendelijke oevers aan", aldus stadsecoloog Marcus Bouma. "Ook hebben we elf vogelrustgebieden in Den Haag."
Voor de huismus worden als extra ook nog speciale mussentorens geplaatst. Dat zijn hoge zuilen met klimop en bosrank. Ze lijken op dichte struiken, waar huismussen graag in rusten. De nectar en bessen bieden voedsel. In de torens zijn de vogels beschermd tegen katten, torenvalken en sperwers. Op het Spireaveld in Leidschenveen-Ypenburg staan sinds kort vijf nieuwe mussentorens. Aan het einde van de Houtrustweg staan er ook een aantal.
Haagse Tuinvogel Top 10:
1. Koolmees
2. Pimpelmees
3. Houtduif
4. Kauw
5. Merel
6. Halsbandparkiet
7. Ekster
8. Vink
9 Roodborst
10. Stadsduif